HET  GEZIN  VAN  WILLEM de GOOIJER   EN   MARIA  VOS

 

  Willem de Gooijer: geboren te Blaricum 02-09-1809 - overleden te Naarden 13-12-1877  huwWillemMietje.jpg (119054 bytes)

huwt te Blaricum op 09-05-1838     

Maria Vos: geboren te Blaricum 24-10-1813 - overleden te Naarden 28-10-1899

 

 

Willem en zijn vrouw Mietje kregen 10 kinderen. Ze kregen de namen Cornelis, Gijsbertje, Jannetje, Hein, Jaap, Lambert, Pieter, Jan, Gerrit en Aaltje. De oudste 6 werden geboren in Blaricum. De daaropvolgende 3 in Huizen/Crailo. Nummer 10, Aaltje, werd geboren in Naarden.

 Het gezin van Willem en Mietje was een boerengezin. Na eerst in Blaricum gewoond te hebben, sloot Willem in 1851 een zesjarig pachtcontract af met de eigenaar van het landgoed Zuid Crailo. Hij pachtte de 17e eeuwse boerderij. Bij de boerderij hoorde akkerland en tevens het recht op een schaar vee op de Meent. Willem had zelf ook recht op een schaar. De eigenaar van het landgoed stelde eisen aan het vakmanschap en nam niet de eerste de beste. Willem had dus kennelijk meer capaciteit dan de gemiddelde erfgooier met een keuterboerderijtje. Toen het zesjarig pachtcontract aflipe verhuisde het gezin in 1857 naar Naarden.

Uit het bevolkingsregister van Naarden blijkt, dat de dochters elders hebben gewerkt als dienstmeisjes en dat verschillende zonen vaak als inwonende boerenknecht gewerkt hebben buiten het Gooi. De zonen werkten dan een paar jaar hier, dan een paar jaar daar. Zo werkten Jan en Lambert in Muiden; Pieter en Jan in Weesperkarspel en Jan later ook in Muiden.

Wanneer de gezinsleden een tijdje thuis waren en op de boerderij werkten, gingen ze met elkaarde koeien melken op de Naardense meent (eenmeent is een gezamenlijke weide). De koeien van de verschillende boeren liepen door elkaar op de meent en afgedwaalde koeien werden weer bijelkaar gedreven om gemolken te worden. De kinderen van verschillende boerengezinnen troffen elkaar op de meent en het is dan ook niet vreemd dat er "gescharreld" werd en dat er "verkeringen" ontstonden.                                                                                                                          

Zo kwam het dat drie kinderen uit het gezin van Willem en Mietje verkering kregen (en later trouwden) met drie kinderen uit het gezin van Harmen Krijnen en Emmetje Dekker. Hein de Gooijer trouwde Kee Krijnen; zijn broer Jan trouwde Klaasje Krijnen en de jongste uit het gezin, Aaltje, trouwde met Lambert Krijnen.

Iedere daarvoor in aanmerking komende 19-jarige jongeman werd in die tijd opgeroepen als dienstplichtige voor de Nationale Militie. Zo ook Cornelis die in 1858 een oproep kreeg. Het gemeentebestuur zette van de toekomstige dienstplichtigen de gegevens op een zogenaamde lotingslijst. De militaire commissaris maakte zoveel biljetten (loten) met een cijfer als er namen op de lijst stonden. De loten werden opgerold en in een glazen pot gedaan. In alfabetische volgorde moesten de jongemannen (de lotelingen) een lot trekken en het nummer opnoemen. Cornelis trok nummer 21 en werd als dienstplichtige in 1859 ingedeeld bij het eerste regiment dragonders. In 1860 verliet hij de dienst. De overige broers werden vrijgesteld vanwege broederdienst. Over deze Cornelis de Gooijer kunt U in het volgende verhaal nog meer lezen.

Over Cornelis' broer Jan is nog te vermelden dat hij regelmatig als boerenknecht buiten het Gooi werkte, maar tijdens de werkzaamheden bij de vestingbouw in Naarden monsterde hij aan als arbeidskracht. Omdat dit werk aan de wallen en forten gebeurde met schop en kruiwagen was het zeer zwaar werk.